Bekijk profielpagina

MacFan – De HomePod die ons land nooit bereikte

Revue
 
 
16 maart · Editie #111 · Bekijk online
MacFan
Waarom het Apple maar niet lukt met speakers
Als je er nog over droomde om ooit een HomePod op je Mac aan te sluiten, dan werd je afgelopen week met een kater wakker: Apple heeft de HomePod de nek omgedraaid. Na slechts een jaar of drie op de markt te zijn geweest – en nooit officieel in Nederland en België te zijn verschenen. We hebben het niet over de HomePod mini, voor de duidelijkheid, maar de originele, ‘grote’ HomePod. Apple verkoopt er kennelijk niet genoeg van. Het is de tweede keer dat Apple geen succes weet te maken van een speaker. De eerste keer was ten tijde van de iPod Hi-Fi (die zelfs maar anderhalf jaar op de markt was). Wat gaat er toch mis? Het is zo vreemd: waar Apple de markt weet te domineren als het gaat om (draadloze) oordopjes, en het dankzij Beats ook niet slecht doet met de verkoop van koptelefoons, wil het met speakers maar niet lukken.
De HomePod, in spacegrijs en wit.
De HomePod, in spacegrijs en wit.
De HomePod is een prachtig apparaat. Met ongelooflijk goed geluid voor zo'n kleine speaker, en de ingebouwde technologie die een kamer ‘scant’ om er vervolgens het optimale geluid voor te verspreiden, is briljant. Waarom zou niet iedereen zo'n ding willen?
Volgens ons is de reden heel simpel: het publiek is de HomePod niet gaan zien als een kwalitatief hoogwaardige speaker, in lijn met bijvoorbeeld de bluetooth-speaker Beolit 20 van Bang & Olufsen (€ 500) of de Home Speaker 500 van Bose (€ 379,95), maar als een smart speaker zoals de Google Nest Mini (€ 37,50) of de Echo Dot van Amazon (€ 89,41). Het verschil is duidelijk: bij de eerste categorie gaat het om superieur geluid (en soms kan de speaker nog wat meer), bij de tweede categorie gaat het om de digitale assistent (en toevallig kan het ding ook muziek afspelen). Nog simpeler gezegd: de speakers van Bose en B&O koop je voor het geluid, de Google Nest Mini of de Echo Dot koop je om te kunnen vragen welke ingrediënten er in een pizza margherita zitten. En onfortuinlijk genoeg zijn mensen de HomePod vanwege Siri vooral gaan zien als zo'n ‘laten we het aan Siri vragen’-speaker. En ja… dan is € 329 een beetje veel, in vergelijking met de concurrentie. Jammer, want de focus van de HomePod lag nou juist op audio.
De iPod Hi-Fi legde al na anderhalf jaar het loodje.
De iPod Hi-Fi legde al na anderhalf jaar het loodje.
Ongelooflijk spijtig dat Apple dit beeld niet heeft kunnen corrigeren. En het is de tweede keer, want met de positionering van de iPod Hi-Fi ging het ook mis. Dat was ook een speaker die het van geluidskwaliteit moest hebben, met een navenant prijskaartje: € 369. Maar de uitstraling van het ding was niet een speaker voor de muziekliefhebber met fijngevoelige oren, maar een boombox met handvatten en zes grote D-batterijen. Het geluid van een dure speaker, de uitstraling van een ding dat mee kan naar park of strand. Voor wie is dat apparaat?
HomePod mini
Er komt waarschijnlijk geen nieuwe ‘grote’ HomePod. Als Apple aan een opvolger van een product werkt, blijft de oude variant doorgaans te koop tot de nieuwe versie kan worden aangekondigd. Er is nu niks nieuws gepresenteerd – dus het is waarschijnlijk echt einde oefening. De HomePod mini is er nog wel. Een apparaatje waarmee Apple eigenlijk toegeeft aan het imago van de HomePod: de mini-variant is kleiner, goedkoper, heeft minder mooi geluid, maar wel Siri. Is dat wat HomePod voortaan is… de exclusievere variant van de Echo Dot of Nest Mini? Of moeten we vrezen dat Apple volgend jaar ook de stekker uit de HomePod mini trekt? We wachten het af – en betreuren ondertussen dat HomePod nooit is gelanceerd in de Benelux.
Tijd om Chrome te verwijderen?
Het is oorlog tussen techreuzen die verdienen aan advertenties (Facebook, Google) en techreuzen die inzetten op privacy (Apple, Microsoft). Met name Apple dwarsboomt de advertentiegiganten steeds meer door allerlei vormen van tracking onmogelijk te maken. Tracking gebeurt met behulp van cookies; en daarvan worden er steeds meer door Apple’s besturingssystemen geblokkeerd.
Hoe zat het ook alweer met cookies
Cookies vormen het geheugen van je browser. Een website plaatst kleine bestandjes op je computer, zodat er iets bewaard kan blijven. Dat is essentieel: zonder cookies zou je bijvoorbeeld geen winkelwagentje kunnen hebben in webshops. De webshop moet immers jou kunnen herkennen, zodat het jouw winkelwagentje kan laten zien. Dat is logisch, en uiteraard is niemand daarop tegen. Zulke cookies worden first party cookies genoemd. Een first party cookie is een cookie van de website die je bezoekt. Maar een website kan ook andere cookies plaatsen – van andere bedrijven. Dat worden dan third party cookies genoemd. Zulke cookies zijn niet nodig voor het functioneren van de website, maar maken het onder andere mogelijk om jou te tracken. Vaak met de bedoeling om op andere plekken advertenties aan je te serveren die zijn afgestemd op jouw surfgedrag.
De komst van FLoC
Third party cookies zitten al geruime tijd in het verdomhoekje. In Safari worden ze door Apple standaard geblokkeerd – Apple is erop gebrand om tracking onmogelijk te maken. Het gevolg is dat zelfs Google heeft aangegeven te stoppen met third party cookies. Dat klinkt goed – maar uiteraard komt er iets anders voor terug. Eén van de dingen die Google van plan is, heet ‘FLoC’. Wat een afkorting is voor Federated Learning of Cohorts. Kort gezegd komt het erop neer dat de browser zelf een profiel van je gaat opbouwen. Niet langer kunnen allerlei advertentienetwerken dat doen met behulp van cookies, maar een browser zoals Chrome creëert op basis van je surfgedrag zelf een profiel van je en deelt je op basis van dat profiel in bij een ‘cohort’ van gebruikers met hetzelfde profiel. In welk cohort je zit, wordt vervolgens gedeeld met adverteerders. Volgens Google lost dat alle problemen van third party cookies op – maar volgens critici worden mensen nog steeds getrackt; alleen nu primair door Google zelf.
Chrome vervangen door Edge
Google wil FLoC gaan inbouwen in de Chrome-browser. En waarschijnlijk kun je dat wel uitzetten – als je de knop weet te vinden – maar veel mensen hebben waarschijnlijk niet eens in de gaten dat zo'n systeem is ingebouwd. Misschien is het dus wel tijd om Chrome te verlaten… en te focussen op andere browsers. Als je fan bent van Chrome, dan is Microsofts Edge een logische keus. Die werkt namelijk met precies dezelfde render-engine: Chromium. Dan heb je wel de motor achter Chrome, maar niet alle poespas eromheen. Ook een goede tip voor fervente Safari-gebruikers die toch een tweede browser achter de hand hebben voor die enkele keer dat iets niet werkt in Safari.
In Edge kun je je tabbladen nu ook verticaal organiseren.
In Edge kun je je tabbladen nu ook verticaal organiseren.
Verticale tabs
En als we het dan toch over Edge hebben… die browser heeft nu iets waar we van gecharmeerd zijn: verticaal georganiseerde tabbladen. Tabbladen staan dan in een kolom aan de zijkant van je venster. In plaats van horizontaal bovenaan je venster. Als je dat wilt tenminste; alle tabbladen traditioneel bovenin kan ook nog steeds. Verticaal scrolt wat logischer, merkten we meteen. Best handig eigenlijk.
Ook iets leuks van Google: icoontjes
Google doet ook leuke dingen hoor. Zo heeft de zoekgigant 1.043 fontfamilies online gezet, die je geheel gratis kunt downloaden. Handig als je een lettertype zoekt zonder de portemonnee te willen trekken. Maar nog leuker vinden we de iconenverzameling, die je ook gratis kunt gebruiken voor je eigen projecten:
Google Icons
Google Icons
Honderden, zo niet duizenden symbooltjes die je kunt downloaden als SVG- of PNG-bestand. Of waarvan je de code kunt kopiëren, om rechtstreeks in je website te gebruiken. Je kunt alle icoontjes modificeren naar je eigen smaak: met ronde of juist scherpe hoeken, met alleen outline of gevuld, zwart of wit, en je kunt ook uit meerdere groottes kiezen. Een handige bron van icoontjes.
Overigens hebben ze bij Google niet heel veel verstand van Apple, zo blijkt uit de omschrijving bij dit symbool:
Of ze weten meer dan wij…
Tot slot... Wat zegt Jack?
In 2001 introduceerde Steve Jobs de Mac als ‘digital hub’. Het middelpunt van het digitale netwerk in huis. Ik zag dat wel zitten, je eigen server in huis die alles bediende: foto’s, muziek, film. Twintig jaar later is het er nog steeds niet van gekomen. Er zijn wel ‘slimme’ apparaten, maar die kletsen met servers over de hele wereld. Tv’s, deurbellen, brandalarmen, veiligheidscamera’s en zelfs ovens en waterkokers. Met alle privacybezwaren van dien. Inmiddels weet ik dat een thuisserver ook nadelen heeft. Mijn oudste zoon is een nerd die vanover de hele wereld zijn computer kan bedienen, uitzetten en herstarten. Hij kan – waar hij ook is – zijn licht bedienen, films kijken, of muziek afspelen op zijn en mijn iPhone. Met een Raspberry Pi kunnen we via het oude stereosetje van oma streamen en er is nog zoveel wat hij kan als ik wil. Maar het heeft één nadeel: die thuisserver verbruikt 10 kW per dag. Onze stroomrekening is verdubbeld.
– Jack Nouws, Macfundamentalist

Colofon
Hoe vond je deze editie?
 
Word lid voor €2 per maand
Steun MacFan en ontvang extra nieuwsbrieven.
Je kunt je abonnement hier beheren
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Gemaakt door MacFan met Revue.
Rotterdam, Nederland