Fotorolletjes en de Mac
MacFan nr. 264 – Extra editie: een nieuw zomerproject
In de zomer is er tijd voor hobbyprojecten! Jaren geleden gebruikten we de zomer om een website te bouwen die helemaal werkt vanuit de Terminal. Het was een wat wisselvallige zomer qua weer, kennelijk. Dit jaar willen we onze tanden zetten in een zomerproject waarvoor we wel lekker naar buiten kunnen. We gaan aan de slag met fotografie. ‘Dat is weinig spectaculair’, zul je zeggen, ‘want iedereen fotografeert zich suf in de zomer.’ Maar wij willen iets terugveroveren dat we de laatste jaren kwijt zijn geraakt, als het om fotograferen gaat. Laten we onze hoofdredacteur Ferry er eens over aan het woord laten:
Ooit zeulde ik elke vakantie een fototas mee, met daarin een spiegelreflexcamera, meerdere lenzen, een flitser, en een hele batterij fotorolletjes. Het gezeul nam ik op de koop toe; fotograferen was leuk om te doen. Toen er digitale spiegelreflexcamera’s kwamen, stapte ik snel over. Ik zeulde me nog steeds suf, maar fotograferen was een stuk goedkoper, nu ik niet meer aan rolletjes en ontwikkelkosten vastzat. Ik maakte opeens veel meer foto’s. En ja: ik werd ook iets slordiger. Elke foto kon ik nog een keer maken, of nog tien keer, en dat maakte me minder precies. Naar mate de jaren vorderden, begon ik ook steeds meer te vertrouwen op correcties die ik achteraf kon doen. Een lelijke elektriciteitskabel was op de computer snel weggepoetst, en een scheve horizon vlug rechtgezet.
Ik kocht een iPhone 4 toen die net was verschenen. Die had geen geweldige camera, maar met een app als Hipstamatic kon je toch heel leuk kiekjes op die telefoon maken. En die iPhone paste zo lekker in mijn broekzak. Ik maakte meer en meer Hipstamatics, en de spiegelreflex bleef op reis vaker in de hotelkamer liggen. De filters in Hipstamatic maakten van elke suffe foto toch iets fraais. Het was kinderspel en verslavend. Maar helemaal zonder ‘gewone’ camera kon ik nog niet. Ik kocht een kleine Nikon Coolpix voor ernaast. Voortaan geen fototas meer. Maar iPhones werden steeds beter, en ook de kleine Nikon bleef steeds vaker in de hotelkamer. Vanaf mijn iPhone 11 Pro ging ik alleen nog met mijn telefoon op reis. En wat een mooie plaatjes had ik steeds! Foto’s om je vingers bij af te likken. Hipstamatic gebruikte ik zo nu en dan nog. Argentum was een nieuwe favoriet: een app waarmee je uitzinnige zwart-witfoto’s maakt.
We onderbreken Ferry’s betoog even om een foto die hij maakte met Argentum op een iPhone 13 mini te laten zien:

Indrukwekkend plaatje, maar eerlijk is eerlijk: zo ziet een lucht op een zonnige zomerdag er niet uit. Maar dat maakte Ferry niet uit. Hij plaatste de foto doodleuk op Instagram.
Excuus voor de onderbreking, we gaan weer door met Ferry’s betoog (hij is ook zo lang van stof):
Alles wat uit mijn iPhone kwam, was prachtig. Ik kon op een donkere avond een foto van een straat maken, en alles stond er keurig belicht op. Ik maakte een foto van een vakantiehuisje met een mooie tuin, en de groene weelde spatte van het scherm. Het viel me ook op dat het op de foto wel héél mooi groen was. Groener dan de werkelijkheid, eerlijk gezegd. En die avondfoto’s klopten eigenlijk ook niet meer met de realiteit. Ik begon me steeds meer te ergeren aan ‘computational photography’, waarbij algoritmes berekenen hoe de foto er het beste uitziet. Maar meer nog miste ik iets bij mezelf: plezier in het fotograferen. Mooie plaatjes maken was een liefhebberij. Ik was ooit trots op een foto die heel goed was gelukt. Maar die lol ben ik een beetje verloren. Elke foto die ik maak, is goed. En jazeker: als je het ja-woord van je beste vrienden wilt vastleggen, dan is het een fijne gedachte dat je iPhone dat ene moment vlekkeloos vastlegt, met elk algoritme dat het maar heeft. Maar als ik loop te fotograferen in een Frans bergdorpje ... ging het me er dan eigenlijk niet om dat ik zélf iets moois wilde maken?
Ik was de charme van fotografie kwijt. En die wilde ik terug. En er zijn meer mensen die dat willen, want niet voor niks begon Pentax twee jaar geleden met de productie van een gloednieuwe analoge compactcamera: de Pentax 17. Een camera voor ouderwetse fotorolletjes dus. En een halfframecamera bovendien: die schiet het dubbele aantal foto’s op een rolletje. Om de kosten wat te drukken. (Een half frame op 35mm-film is ongeveer 17 mm, vandaar de naam.)

Ik kocht die Pentax 17 meteen, laadde er een rolletje in ... en opeens was ik weer op mezelf aangewezen. Geen beeldscherm, alleen een zoeker. En ik zie niet meteen hoe de foto is geworden. Als ik de lensdop erop laat zitten, is de foto helemaal zwart. Ik moet zelf de afstand van mijn onderwerp inschatten en instellen. Ik moet nadenken hoeveel ISO mijn film moet hebben. En of ik flits of niet. De camera doet wat ik zeg, ook als dat helemaal verkeerd is. Wat een raar gevoel was dat even. Maar wat lekker was het om die transporthendel weer te gebruiken na het maken van een foto. En wat een genot om een foto te maken en niet meteen het resultaat te zien. Want daardoor blijf ik niet naar een schermpje zitten turen. Ik kijk door de zoeker, draai aan de knoppen, en druk op de ontspanknop. Daarna is er niks meer te doen. Het resultaat komt pas later. Ik ben meteen weer in het moment, en onder de mensen om mij heen. Ik maak elke foto één keer, niet twintig keer opnieuw. Ik zit niet in te zoomen op elke gemaakte foto om te zien of iedereen zijn ogen wel open heeft. Ik ben veel gezelliger gezelschap op deze manier. En bovenal: ik kijk meteen weer veel scherper of een foto écht de moeite waard is.
Goed, hier breken we Ferry maar af, want geloof ons: hij kan uren doorratelen over zijn nieuwe camera. Maar hij is niet de enige die weer teruggaat naar analoge filmrolletjes. Je kunt die rolletjes nog steeds bij vrijwel elke fotografiewinkel kopen, én daar laten ontwikkelen en afdrukken. Veel van die winkels zullen je vertellen dat de vraag naar fotorolletjes de laatste jaren weer toeneemt. Behalve ontwikkelen en afdrukken kunnen ze je negatieven ook meteen inscannen, zodat je analoog fotografeert, maar vervolgens wel een digitaal resultaat hebt. En in dat laatste zijn we bij MacFan met name geïnteresseerd. Het beste van twee werelden combineren: de fotografische kwaliteiten van analoog, en de nabewerkingsmogelijkheden van digitaal.

Digitaal is niet zaligmakend, maar analoog ook niet. De kracht zit hem in de combinatie. Kijk eens naar de foto hieronder, wederom geschoten met de Pentax 17. De kracht van de originele foto zijn de donkere schaduwpartijen. Was deze foto met een iPhone gemaakt, dan had je waarschijnlijk een vrij vlakke foto gehad, die overal goed was uitgelicht. Maar de charme is juist dat dat niet zo is. Het rechteroog van de hond valt bijna weg omdat die kant van zijn kop zo donker is, maar dat geeft juist een mooi contrast met de linkerkant van zijn kop (rechts op de foto). Het is een beetje zoals een portret van Rembrandt, waarbij vaak grote delen heel donker en vaag zijn gehouden. Niet dat we Ferry en zijn Pentax 17 met Rembrandt willen vergelijken. Allerminst. Maar het is wel zo dat computational photography vaak het tegenovergestelde doet van Rembrandt, door alles perfect uit te lichten. De sfeer verdwijnt daarmee ook vaak.

En nu de vraag aan jullie!
We sturen deze extra editie met een reden. Eind deze maand sturen we een langere editie over analoge fotografie en de Mac. Welke apps zijn handig om te gebruiken als analoge fotograaf? Hoe scannen we negatieven zelf goed in? Hoe krijgen we metadata in orde bij analoog geschoten foto’s? Daarbij zijn we ook benieuwd naar jullie tips! Dus ben je een analoge fotograaf en heb je handigheidjes die ook leuk zijn voor andere MacFan-lezers? Stuur ze ons, dan nemen we ze mee in de volgende editie! Je kunt gewoon deze mail beantwoorden, dan komt het vanzelf bij de redactie!
Fijne zomer, en tot eind augustus!


